Uw werknemer overlijdt

Wanneer uw werknemer overlijdt, krijgt de partner partnerpensioen. En kinderen jonger dan 25 jaar krijgen wezenpensioen.

Zo werkt het partnerpensioen

De partner van uw werknemer krijgt partnerpensioen vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin uw werknemer overlijdt. Het partnerpensioen stopt op de dag van de maand waarin de partner de AOW-leeftijd bereikt. Het partnerpensioen is een vast bedrag per maand (in totaal € 12.500 bruto per jaar als uw werknemer voltijd werkte). Werkte uw werknemer in deeltijd? Dan krijgt de partner het deel van dit bedrag dat past bij het gemiddelde deeltijdpercentage van het afgelopen jaar. 

Op de pagina Met pensioen gaan en partner- en wezenpensioen leest u hoe hoog het partnerpensioen is als het ouderdomspensioen is ingegaan.

Is de partner bij ons bekend?

De partner krijgt partnerpensioen als:

Uw werknemer en de partner getrouwd waren of een geregistreerd partnerschap hadden.

Uw werknemer en de partner samenwoonden met een samenlevingscontract (opgesteld door een notaris en bij ons aangemeld) en de partner bij ons is aangemeld.

Uw werknemer en de partner samenwoonden zonder samenlevingscontract en de partner bij ons is aangemeld met een partnerverklaring. 

In het pensioenreglement leest u wie er volgens de wet wordt bedoeld met 'partner'. 

Wezenpensioen

De kinderen van uw werknemer krijgen wezenpensioen totdat ze 25 jaar zijn. Zij krijgen het wezenpensioen vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin uw werknemer overlijdt. Het wezenpensioen is 4% van het pensioengevend inkomen van uw werknemer op het moment van overlijden. Als er geen andere ouder/verzorger meer is of als deze ook overlijdt, krijgt de wees 8% van het pensioengevend inkomen. 

Op de pagina Met pensioen gaan en partner- en wezenpensioen leest u hoe hoog het wezenpensioen is als het ouderdomspensioen is ingegaan.

Uw werknemer bouwde voor 2003 pensioen op

Tot 1 januari 2003 golden andere regels voor het partnerpensioen en wezenpensioen. We hebben het partnerpensioen dat uw werknemer tot 1 januari 2003 heeft opgebouwd, omgezet in een pensioenvermogen voor partnerpensioen voor de (ex-)partner. Het opgebouwde wezenpensioen is omgezet in een pensioenvermogen voor wezenpensioen.

Als uw werknemer overlijdt, krijgen de nabestaanden het tot 1 januari 2003 opgebouwde partnerpensioen of wezenpensioen bovenop het partnerpensioen en wezenpensioen dat ze krijgen volgens de nieuwe pensioenregeling vanaf 1 januari 2003.

Meer informatie over het partnerpensioen en wezenpensioen tot 1 januari 2003 vindt u op de pagina uw werknemer bouwde pensioen op voor 2026.

Uw werknemer kan het pensioen voor de partner bij ons niet zelf aanvullen

Is het voor uw werknemer nodig om het inkomen van de partner straks aan te vullen? Wijs uw werknemer er dan op dat uw werknemer samen met een financieel adviseur kan bekijken welke mogelijkheden er zijn. Houd er rekening mee dat een financieel adviseur geld kost.

De partner en kinderen vragen het partner- en wezenpensioen zelf aan

De partner en kinderen tot 25 jaar krijgen van ons bericht nadat wij het overlijden van uw werknemer hebben doorgekregen. Daarin staat of zij recht hebben op partner- of wezenpensioen en hoe zij dit kunnen aanvragen.

Dit geeft u aan ons door

Als uw werknemer overlijdt, stopt het dienstverband en de deelname aan de pensioenregeling. Via uw salarispakket of via het Selfservice Werkgevers Portaal (SWP) geeft u dit door:

  • De overlijdensdatum.
  • De beëindiging van het dienstverband vanaf de overlijdensdatum. U kiest ’31 - Einde van rechtswege, om een andere reden’ als reden beëindiging. 

Bekijk de informatie voor de nabestaanden van uw werknemer.

Ga naar de pagina Nabestaanden